Wim Hofman
Biografie
Publicaties
Onderscheidingen
Interview
Wim Hofman op het internet
Personendossier Wim Hofman
Biografie
Wim Hofman wordt in 1941 geboren in Oostkapelle. Op jonge leeftijd wil hij missionaris in Afrika worden en begint daarom een opleiding tot priester. In 1961 begint Wim aan zijn eerste boek, Welwel, de zeer grote tovenaar, wat uiteindelijk in 1969 uitkomt. Wim wordt geen priester en verblijft drie maanden in Afrika, niet als missionaris.

Wim Hofman
Foto: Jaap Wolterbeek, 1991, ZB, Beeldbank Zeeland.
Wim Hofman illustreert zelf zijn boeken en heeft inmiddels diverse onderscheidingen ontvangen, waaronder twee Gouden Griffels, twee Gouden Penselen en de Woutertje Pieterseprijs. Zijn verhalen zijn vaak een beetje sprookjesachtig, maar anders dan in de meeste sprookjes lopen ze niet altijd goed af.
Zijn boeken zijn vertaald in het Duits, Engels en Zweeds. Zijn kunst is geëxposeerd in talloze musea en hij heeft zoals gezegd een arsenaal aan prijzen ontvangen. Naast dat alles is in verband met zijn 65e verjaardag het jaar 2006 uitgeroepen tot Wim Hofmanjaar. Op het programma staan onder andere heruitgaven, nieuwe uitgaven, tentoonstellingen (ook in de Zeeuwse Bibliotheek) en voorstellingen.
Naast schrijver is Wim ook actief als schilder. Net als in zijn boeken speelt de zee een grote rol in zijn schilderijen.
Publicaties
Een selectie uit het oeuvre van Wim Hofman met links naar de catalogus van de Zeeuwse Bibliotheek
Welwel, de zeer grote tovenaar (1969)
Zeven bizarre sprookjesachtige verhalen over ridders, matrozen en krentenbollen.
Het eiland Lapje Loem (1972)
Fantastisch verhaal over vijf vreemde, afzichtelijke boeven die proberen na de troonswisseling op het eiland Lapje Loem de nieuwe koning en de bevolking in hun macht te krijgen.
Koning Wikkepokluk de merkwaardige zoekt een rijk (1973)
Spannend, af en toe griezelig, geestig maar toch niet echt vrolijk verhaal over een koning zonder rijk en zijn drie onderdanen. Na veel wonderlijke avonturen komen zij in een kist terecht waar ze het eindelijk rustig hebben.
Wim (1976)
Wim heeft het erg moeilijk thuis; zijn ouders hebben altijd ruzie en daarom loopt hij op een dag weg. Vanaf ca. 10 jaar.
Het tweede boek over Wim(1978)
Samen met Marjan en zijn vader maakt Wim in dit tweede boek de beloofde reis naar Zuid-Engeland, een reis die voor Wim van grote betekenis zal zijn.
Ansje Vis en Matje Klop (1979)
Als Matje Klop en Ansje Vis op zoek gaan naar hun weggevlogen vliegfiets, maken zij allerlei spannende dingen mee. Voorlezen vanaf ca. 6 jaar, zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.
De stoorworm (1980)
Het huis van Ietsje Wit en Piekevet staat onder water. Door het raam zien ze dat hun eiland is overstroomd. Dat wordt het begin van een onverwacht avontuur. Vanaf ca. 8 jaar.
Straf en andere verhalen (1985)
Bundel met acht verhalen over kinderen die vreemde of heel herkenbare dingen meemaken. Het titelverhaal 'Straf' verscheen eerder in Vrij Nederland.
Grote Pien en Kleine Pien (1989)
Grote Pien heeft een pop Kleine Pien. Ze doen veel leuke en minder leuke dingen samen.
Klein Duimpje (1991)
Een eigentijdse bewerking van het bekende sprookje Klein Duimpje van Ch. Perrault. Het originele verhaal wordt in grote lijnen aan gehouden, maar de auteur voegt op zijn eigen manier satirische elementen, woordspelingen en een dichterlijk taalgebruik toe, waardoor er eigenlijk een geheel nieuw sprookje is ontstaan.
De kerstreis (1991)
Fup en Lusje houden niet van kerstbomen en visite en veel en lekker eten en afwassen! Daarom gaan ze op reis met een zelfgetekende kaart. Ze beleven veel gevaarlijke avonturen. Voorlezen vanaf ca. 7 jaar.
Het kerstverhaal (1993)
Navertelling van het bijbelse kerstverhaal. Vanaf ca. 9 jaar.
Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1997)
Moderne bewerking van het sprookje van Sneeuwwitje met daarin ook de briefjes die zij aan anderen schreef. Vanaf ca. 10 jaar.
Mijn buik is van koek (1997)
Versjes voor beginnende lezers. Met zwartwitte en gekleurde tekeningen. Vanaf ca. 6 jaar.
De hut in het bos (2003)
Tia, Jop en Els gaan op zoek naar een hut in het bos. Vanaf ca. 7 jaar.
Na de storm (2006)
In deze nieuwe bundel gedichten van Wim Hofman komen herinneringen aan zijn jeugd in Zeeland voorbij, worden toekomstvisies geschetst en landschappen opgeroepen. De zee speelt uiteraard een grote rol en levert veel op, zoals spullen op het strand na de storm.
Van Aap tot Zip (2006)
Bloemlezing met verhalen, beeldverhalen en versjes. Vanaf ca. 8 jaar.
Onderscheidingen
1974: Gouden Penseel
Koning Wikkepokluk de merkwaardige zoekt een rijk
1977: Zilveren Griffel
Wim
1977: Nienke van Hichtum-prijs
Wim
1984: Gouden Penseel
Aap en beer
1984: Zilveren Griffel
Aap en Beer
1986: Vlag en Wimpel (tekst)
Straf en andere verhalen
1987: Zilveren Griffel
Zip
1988: Vlag en Wimpel (tekst)
Uk en Bur
1989: Gouden Griffel
Het vlot
1990: Vlag en Wimpel (tekst)
Grote Pien en Kleine Pien
1991: Theo Thijssen-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur
gehele oeuvre
1992: Vlag en Wimpel (illustraties)
In de stad
1998: Gouden Griffel
Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen
1998: Woutertje Pieterse-prijs
Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen
Bron: www.bekroondeboeken.nl
Interview
Waar ben je geboren en opgegroeid?
Ik ben geboren op 2 februari 1941. Eigenlijk had ik in Vlissingen geboren moeten worden, maar er vielen bommen op Vlissingen en mijn moeder was naar Oostkapelle gegaan. Het vroor dat het kraakte en er lag sneeuw. Mijn vader wilde op kraamvisite komen op de fiets, maar hij kreeg een lekke band en niemand wilde hem helpen, omdat het zondag was.
Mijn vader werkte bij De Schelde. Hij werd overgeplaatst naar Wilhelmshaven en ik ging met mijn moeder naar Oost Brabant. Dat bleek ook geen veilige plek te zijn want het geallieerde leger schoot op weg naar Arnhem grote gaten in het huis.
Vanaf 1945 woonden we in Vlissingen. Van de Spuistraat tot de boulevard was het een grote puinhoop met brokken beton en stukken ijzer. Een heerlijke plek voor een jongen om te spelen. Je had er de oude kazerne, bunkers en de bomvrije. Ik heb toen voor het eerst vleermuizen gezien. Ik moest toen naar school (ook dat gebouw bestaat niet meer).
Later wilde ik missionaris worden en naar Afrika gaan. Dat kwam door boeken die ik las over ontdekkingsreizigers en avonturenverhalen.
In 1959 ging ik studeren in België, dat was toen nog echt buitenland. Met een boterham met aardbeienjam in mijn banjokoffer. Ik speelde banjo, wat een rotherrie kan zo’n ding maken!
Ik kwam daar terecht in een gebouw dat beschoten was door V2-bommen. De deuren in dat gebouw gingen daardoor of niet dicht of niet open. Het was een hele schok om daar tussen de Vlamingen te zitten. Ze bleken veel beter opgeleid, sommigen spraken zelfs Latijn. En het eten was er erg lekker.
Ondertussen was ik met van alles bezig geweest: ik was een boek aan het schrijven, richtte een dichtclub op, speelde poppenkast en ontdekte de rock&roll.
Ik heb nog een poosje in Engeland en België gestudeerd.
Uiteindelijk ben ik benoemd als parochiegeestelijke in een dorp in Brabant. Ik reed daar rond op de Solex van mijn vader tot ik een Puch kocht. Dat was toen een trendy brommer.
In 1969 ging ik naar Afrika, naar Oeganda en Tanzania.
Terug in Nederland vond ik een baan bij de Stichting Hulp aan Buitenlanders. Daarna heb ik gewerkt bij de Stichting Zeeland in Middelburg.
Na 25 jaar stopte ik met werken. Voor die gelegenheid had ik een affiche gemaakt: er stonden doorgezaagde tralies op met de tekst “Wim vrij”.
Voel je je meer schilder of meer schrijver?
Dat vind ik moeilijk te vergelijken. Het is zo verschillend. Bij tekenen en schilderen speelt het oog een grotere rol. Als je schildert zie je lekker meteen het resultaat, het is directer. Je kan er ook bij praten. Schrijven is een lang snoer van allerlei handelingen, van bedenken, grammatica controleren, nakijken, weer veranderen. Dat is een heel ander proces.
Wat vind jij je mooiste boek?
Het middenstuk van Zwart als inkt over Sneeuwwitje vind ik mooi. Het stuk dat in het bos speelt geeft zo goed weer hoe het voelt om eenzaam te zijn. Mijn eerste boek Welwel vind ik ook mooi en Wikkepokluk.
Heb je veel prijzen gewonnen?
De eerste prijs die ik won was een prijs voor de vormgeving van boeken, dat was in 1969 voor Welwel, mijn eerste boek. Alles bij elkaar heb ik veertien prijzen gewonnen, Gouden en Zilveren Griffels, Gouden Penseel, Vlag en Wimpel, en de Woutertje Pieterseprijs.
Heb je nog tips voor kinderen die ook kunstenaar willen worden?
Tegen deze kinderen zou ik willen zeggen: begin nu. Een kunstenaar word je niet, dat ben je al. En dan moet je gewoon beginnen.
Heb jij ook helden?
Mijn grootste voorbeeld is Edward Lear. Dat is een schrijver/tekenaar die leefde in de negentiende eeuw. Als jongen maakte hij verhalen met tekeningen erbij en verkocht deze aan de koetsen die naar Londen reden. Hij mocht in dierentuinen de dieren natekenen, hij maakte graag landschappen en hij reisde ontzettend veel. Dan schreef hij prachtige brieven aan zijn zus met tekeningen erbij. Zijn verhalen stonden vol met dingen die niet kunnen zoals de Jumblies die gingen varen op zee in een zeef. Hij maakte zijn eigen taal en schreef waanzinnige verhalen en gedichten met enorme getallen bijvoorbeeld en gekke namen. Het was een eenzame man met een vrije geest. Voor mij is hij een groot voorbeeld.
Bron: www.vlissingen.nl
Wim Hofman op het internet
Stichting de Stoorworm
Uitgeverij Querido
Leesplein
Wikipedia
Persoonsdossier Wim Hofman
In deze omvangrijke collectie, aanwezig op de 2e verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek, zitten diverse krantenknipsels over Wim Hofman uit zowel Zeeuwse- als niet Zeeuwse dagbladen en tijdschriften.
Wim Hofman publceert ook op deze website
illustraties Wim Hofman afkomstig van www.stoorworm.nl
terug naar begin